Handel in drugs geeft overlast in Oude Dorp

Regelmatig is in een deel van het Oude Dorp de sfeer grimmig en worden mensen lastig gevallen.

De voorvallen worden gerelateerd aan de toegenomen drugshandel op straat. De heersende opvatting is dat er niet adequaat genoeg wordt opgetreden. Plaats van handeling is veelal de omgeving bij Vomar en Jouw Marktkraam. Wij staken ons licht op bij Dion van Tol, voorzitter van de winkeliersvereniging 
Oude Dorp.

We hadden daar ook wel last van in het centrum. We kregen echter de mogelijkheid, met subsidie, een dorpsmanager aan te stellen. Die is nu in zijn tweede jaar. Hij brengt in kaart waar klachten vandaan komen. En met de SBBU zijn we bezig geweest om camerabeveiliging aan te leggen. Dat viel niet mee vanwege de wet privacy. De gemeente gaf geen vergunning af om de camera’s op te hangen terwijl wij met de SBBU financieel al geheel rond waren. Uiteindelijk kwam er een akkoord met de gemeente door voor te stellen de camera’s op een bepaalde manier op de panden te richten. Vergunning hebben we niet, toestemming wel. E.e.a. begint nu een beetje zijn vruchten af te werpen. Ik klop het af, maar we hebben nu wel wat minder overlast. Minder ook dan in de rest van Uithoorn.” “Wat wij zien, zien zij niet.”

Dion ziet in het Oude Dorp een ontwikkeling zoals in heel Nederland. Het ‘drugsgebeuren’, zoals hij het noemt, dat je in heel Nederland ziet, vindt volgens Dion ook plaats in Uithoorn. Als vervelende bijkomstigheid daarbij, noemt hij de verminderde beschikbaarheid van politie doordat, na de moord op Derk Wiersum, veel dienders aan relatief rustige regio’s zijn onttrokken voor bewakingstaken. “Bij ons is de politiemacht nog maar zeer beperkt. En daar hebben we mee te maken. We weten wat er aan de hand is, maar er is geen opvolging. Er wordt wel extra gesurveilleerd, maar zodra de auto in het zicht komt gaat er een berichtje rond en zijn de vogels gevlogen. Dus wat wij zien, dat zien zij niet. Dan hebben wij natuurlijk ook nog de wijkagent en die zou er, wat mij betreft, meer bovenop mogen zitten, zich nadrukkelijker mogen manifesteren.” Overdag wordt er volgens Dion op straat gedeald, met name voor de winkel ‘Jouw Marktkraam’. “Daar zitten regelmatig wat duistere figuren. Als je ze een half uurtje onopvallend observeert, dan zie je precies wat er gebeurt. De man van de vrouw die de winkel beheert was het een paar weken geleden zat en heeft ze met een bezem verjaagd. Maar ja, dat is niet de oplossing en het is ook weer het verplaatsen van het probleem.” De overlast in het Oude Dorp gaat in feite de gehele dag door. Vanaf een uur of 10-11 begint het. Niet onlogisch want zo’n beetje alles gebeurt nu op straat omdat de horeca dicht is. Dion loopt regelmatig met de dorps­manager over straat en zij zien het dan met eigen ogen gebeuren. “Als de politie zijn pak eens uit zou trekken, dan zouden ze het ook met eigen ogen zien. Wij leveren regelmatig beelden aan, maar de politie ziet dat als bijvangst omdat het in het kader van de privacy eigenlijk niet op beeld hoort te staan.”

Is er voor de jeugd in Uithoorn voldoende te doen?

“Je slaat de spijker op zijn kop”, zegt Dion. “Er is, plat gezegd, niks te doen voor de jeugd in Uithoorn. We zijn allemaal jong geweest en als er niks te doen is, dan verzin je wat en kan het ook mis gaan.” Dion brengt de gebeurtenissen met oud en nieuw vorig jaar in herinnering. “Met oud en nieuw vorig jaar hebben we gezien dat Uithoorn werkelijk gesloopt is. Honderdduizenden euro’s schade. Als jongere wil je toch iets op zo’n avond als oud en nieuw. Het is misschien een rare suggestie, maar ik zou zeggen, laat ze op het evenemententerrein een plek faciliteren waar ze een mooi vuur kunnen maken en het probleem is op een paar vierkante meter opgelost. Het is te gemakkelijk te zeggen ‘de jeugd, de jeugd, de jeugd…’. Regeren is ook vooruit kijken. Als je een paar honderd gasten op straat laat zwerven, dan krijg je vanzelf narigheid. Je moet iets doen en uiteraard goede afspraken maken, maar als je niks doet dan zit je straks weer met z’n allen te zuchten op het gemeentehuis.”

 

Ouders zijn zich vaak nergens van bewust.

Van Tol vindt het niet terecht dat veel mensen wijzen naar de politie en overheid. Hij vindt dat er ook een taak ligt voor de ouders. Hij realiseert zich dat drugs niet meer weg te denken zijn uit de samenleving. Dat er veel met een beschuldigend vingertje naar de jeugd wordt gewezen vindt hij ook onterecht: “In Mijdrecht zit een koffieshop en als je daar eens gaat kijken hoeveel ouderen er naar binnen gaan, dan schrik je.” In Uithoorn is geen koffieshop en de gemeente houdt dat ook tegen. We moeten ons realiseren dat we in Nederland een heel andere samenleving hebben gekregen. Vader en moeder zijn druk aan het werk en hebben vaak geen flauw benul van wat hun kinderen uitspoken. Er is een hoog gehalte ‘dat doet mijn kind niet’. De wijkagent van Zijdelwaard is ooit eens naar het centrum gekomen en heeft de knaapjes rond zo’n duister figuur eens één voor één bij hem geroepen en gevraagd naar hun naam en adres. 
En de vraag gesteld of hun vader en moeder wel weten dat ze daar rond hingen. Dat noem ik ook actie ondernemen. Dan blijkt uit de opvolging dat pa en moe inderdaad geen idee hebben, of willen hebben, waar hun grut zit.”

Overall toch positief blijven.

Heel langzaam ziet Dion Uithoorn toch wel vooruit gaan. “We moeten ook niet doen alsof vroeger alles alleen maar koek en ei was. Alleen, je zag het niet, je wist het niet. Nu heeft iedereen een telefoon en gaat alles via social media razendsnel rond. Als vroeger iemand met zijn dronken kop op een brommer de sloot in reed, dan stond dat echt niet op beeld. We kijken heel veel naar alle dingen die gebeuren, maar soms moet je er ook met een knipoog naar kijken. De jongeren zou Dion van Tol het liefst op de één of andere manier in het winkelgebeuren willen betrekken. Zijn redenering is dat een deel van die gasten echt wel wat willen en creatief zijn, dus waarom zou je ze niet betrekken in je plannen. “In Uithoorn is het hard nodig dat we vooral vooruit blijven kijken. Met elkaar aan tafel en nadenken over wat we jongeren kunnen bieden. Er zal gerust nog wel eens iets mis gaan, maar dat betekent niet dat je er mee moet stoppen. Juist dan heb je een moment om te zeggen ‘zo moet het niet meer, dus wat gaan we er aan doen?’ Als ze aan mij vragen om mee te gaan evalueren, dan bedank ik. Als ze aan mij vragen mee te denken over wat we kunnen organiseren, dan sta ik vooraan.”

Bestuurdersrol

De bestuursrol van Dion van Tol is voortgekomen uit het feit dat hij een Duoplant winkel heeft in het oude dorp. Duoplant is een echt familiebedrijf. Dion ziet zijn bedrijf als een voetbalelftal. “Alleen met elkaar kan je presteren. Alleen is maar alleen. Mijn dochter doet de supermarkten, mijn twee zoons runnen de winkels in Uithoorn en Badhoevedorp en mijn vrouw doet de winkel in Mijdrecht. Ik manoeuvreer er een beetje tussendoor. Ik probeer alle neuzen dezelfde kant op te krijgen, zodat we altijd net weer even beter kunnen presteren. Dat vind ik mooi.”

Als voorzitter van de winkeliersvereniging staat Dion primair voor het creëren van verbinding. De koppen bij elkaar steken is in deze Coronatijd lastig, maar gelukkig loopt de dorpsmanager overal naar binnen om te horen wat er leeft en speelt. Als er echt iets is, dan blijkt telkens weer dat er snel kan worden geschakeld. De dorpsmanager is daarin een belangrijke schakel, evenals in de communicatie met de gemeente. Dion: “Gelukkig hebben we een gemeentebestuur dat goed te bereiken is en dat is echt een pluim waard. Oude Dorp is een moeilijk gebied omdat het enorm langgerekt is. Het is de hele strip vanaf de oude N201 tot en met (inmiddels) De Thamerkerk, die nu ook lid is geworden. Ik heb vanaf het begin ervoor gekozen om winkels en horeca er bij te houden en te kijken of we er één gebied van kunnen maken. En dat lukt. •